Op 1 februari 2024 vond het tweede Leerplatform Ervaringsdeskundigheid plaats, georganiseerd vanuit Noolim en Reling en met sponsoring van CERA.
Er werd gewerkt volgens de methodiek van ‘het Wereldcafé’. Er werd gewerkt met vijf tafels met vijf moderatoren, over ‘Waardering’, ‘Toegang tot dossier’, ‘Ondersteuning’, ‘Gelijkwaardige bejegening’ en ‘Varia’.
De moderatoren modereren het gesprek mbt één onderwerp, waarbij de verschillende groepen langskomen. De eerste groep begint met tekenen op een groot wit vel, wat hun associaties zijn bij het onderwerp. Vervolgens komt het gesprek op gang. Na 20 minuten wisselen de groepen. De volgende groep leest wat er door de vorige groep op het grote witte vel is gezet en vullen hierop aan. Vervolgens wordt ook hierover gesproken. Veel van de onderwerpen zijn niet zo duidelijk afgebakend en kunnen dus op meerdere tafels besproken worden.
1. Waardering
Moderator: Karin Tacken, voorzitter Limburgs Ervaringsdeskundigen Forum (LEF)
We zijn het erover eens, dat de inzet van ervaringsdeskundigen zowel betaald als vrijwillig onvoldoende financieel gewaardeerd wordt. Betaalde functies worden financieel heel verschillend gewaardeerd. Het zou goed zijn, als er officiële erkenning vanuit de overheid komt met een bijbehorende inschaling qua loon IFIC barema (zoals in Nederland).
Als je de opleiding Ervaringsdeskundige doet, krijg je ‘slechts’ een getuigschrift en is het nog niet zeker dat je een betaalde baan kunt krijgen hiermee.
We zouden meer op mogen komen voor onze belangen, bijvoorbeeld in een vakgroep voor Ervaringsdeskundigen (zoals in Nederland). Ook zou het goed zijn, dat het beroep van Ervaringsdeskundige meer in de media komt, zodat het bij de algemene bevolking meer bekend wordt. Regelmatig op Limburgs niveau een plek organiseren waarbij ervaringsdeskundigen elkaar kunnen ontmoeten, wordt als heel waardevol beschouwd.
Als ervaringsdeskundige krijg je nog vaak te maken met stigma. Een uitspraak die gedaan is: Moet de zot de zotten helpen? Het beroep van ervaringsdeskundige zou genormaliseerd moeten worden. De mening van ervaringsdeskundige zou meer geapprecieerd mogen worden. Hier zou meer ruimte voor mogen zijn. Het is heel fijn, als cliënten en collega’s blij zijn je te zien als ervaringsdeskundige.
Als Ervaringsdeskundige geef je zelf betekenis aan je functie en groei je daarin. Leidinggevenden zouden in moeten pikken op je sterke punten en feedback/ondersteuning moeten geven bij punten die minder goed gaan. Als je bijvoorbeeld beter taak per taak leert, zou jou op die manier via maatwerk dingen aangeleerd moeten worden. Soms is het ook wel goed als een Ervaringsdeskundige geen onderdeel wordt van het systeem van de organisatie, zodat hij zijn frisse blik kan behouden en een luis in de pels kan zijn..
Voor Ervaringsdeskundigen geldt, net als voor andere beroepsgroepen, dat regelmatige bijscholing belangrijk is. Hiervoor zou dus ook budget moeten worden uitgetrokken.
Tenslotte hebben we nog gediscussieerd over de benaming Ervaringsdeskundige en Ervaringswerker. What’s in a name? Elke vorm van ervaringsdeskundigheid is belangrijk, ook als een ex-cliënt eenmalig zijn herstelverhaal wil vertellen.
2. Toegang tot dossier (Inzage- en schrijfrechten voor de ED)
Moderator: Franky Beijen, stafmedewerker Ervaringsdeskundigheid Asster
- Of en hoe een ervaringswerker/ervaringsdeskundige (ed) gebruik maakt van een cliëntendossier, wordt bepaald door diverse factoren. Een aantal genoemde zijn:
- de opdracht (soort engagement) die de ervaringsdeskundige opneemt: naar dossier toe is er een wezenlijk verschil tussen de ed die cliënten ontvangt in een aanloopplek/hoophuis versus een ed die als multidisciplinair teamlid een zorgrelatie aangaat
- de aard van de zorgcommunicatie: aspecten omtrent ‘veiligheid’ moet de edh steeds weten, net zoals de ed ook een meldingsplicht heeft rond onveilige situaties
- de keuze van de ervaringswerker: er zijn edh die graag goed geïnformeerd aan de slag gaan, net zoals er ed zijn die absoluut met een onbevangenheid (een kijk die niet beïnvloed wordt door dossierkennis). Of er wordt voor een tussenoplossing gekozen door pas na het eerste contact (en met medeweten van de cliënt) in een dossier te lezen
- het equivalent / aantal uren aanwezigheid: moet je in beperkte tijd dan bijlezen van alle cliënten of van deze die je specifiek volgt of …?
opm: focus ligt hier nu op ‘cliëntendossier’ doch bij uitbreiding gaat dit ook voer aanwezigheid op briefing, teamoverleg, … tot zelfs aanwezigheid in het teamlokaal (waar altijd wel info over cliënten gedeeld kan worden)
- Als de organisatie de edh als multidisciplinairteamlid de rechten geeft om te werken met een cliëntendossier …
- dan zijn er (meestal) ook plichten / verwachtingen
- onder wiens (juridische) verantwoordelijkheid val je bij eventuele fouten?
- moet ‘respect voor beroepsgeheim’ ook in de overeenkomst voor vrijwilligers staan
- naast de discretieplicht
- impliceert ook vorming (gehad hebben), o.a. ook over het gedeeld beroepsgeheim
- er zelf voor zorgen dat je weet wat je moet weten
- lezen riskeert altijd een interpretatiefout > is er iemand waarbij je kan aftoetsen?
- als lid van het multidiscpliniare team
- is er een gedeelde verantwoordelijkheid in combinatie met een specifieke verwachting
- die dan past bij de specifieke competenties van de edh
- de meerwaarde van het perspectief van de edh moet blijken
- evoluties rapporteren waarvan je denkt dat andere teamleden die best ook weten.
Hier ontstaat een risico dat het vertrouwen dat cliënten in je hebben beschaamd kan worden.
- een goede praktijk > dit samen met de cliënt in het dossier rapporteren
- idem voor de aspecten waarrond een meldingsplicht > samen bekijken hoe je dat al dan niet samen naar een teamlid brengt
- moeten rapporteren impliceert ook risico dat je vaak in het teamlokaal vertoeft (‘je wordt ook lid van het visbokaal’)
- Vanuit de specifieke opdracht naar familie / naasten toe, lijkt een familie-ervaringsdeskundige geen toegang nodig te hebben in het cliëntendossier?
- andere bedenkingen
- moet de cliënt toestemming geven aan een ed om in dossier te kijken of is dat vanzelfsprekend zo als lid van het team?
- alleszins belangrijk dat cliënt weet wie als teamlid beschouwd wordt
- risico dat een stigma versterkt wordt door zo specifiek te kijken naar ‘wat is nu die inbreng van ed?’ (geen geïntegreerd teamverhaal ; eerder team + edh)
- suggestie: als teamlid gepast de ervaringsdeskundigheid inbrengen
- heeft niet iedereen recht op een niet-te-delen persoonlijke notitie?
- en gezien dé ed niet bestaat – gezien er verschillende elementen mee een rol spelen – gezien duidelijkheid nodig is >> wie maakt dan de beslissing?
3. Ondersteuning
Moderator: Johan Seim, netwerkcoördinator Noolim
Volgt nog
4. Gelijkwaardige bejegening
Moderator: Tine Raskin, stafmedewerker Ervaringsdeskundigheid OPZC Rekem
Een ervaringsdeskundige wordt gelijkwaardig bejegent indien:
– Als zijn stem gehoord wordt;
– Hij/zij uitgenodigd wordt op feestjes en teambuildings;
– dezelfde traktaties en cadeaus krijgt als iedereen;
– welkom is in het verpleeglokaal;
– meegenomen wordt in het mailverkeer;
– collega genoemd wordt;
– evenzeer aangesproken wordt op niet-professioneel gedrag;
– loon krijgt naar werk (forfaitaire vergoeding voor vrijwilligers);
– zijn/haar jas/handtas op dezelfde manier kan opbergen als de rest;
– even welkom is in het Whatsapp-groepje en als Facebookvriend;
– en vooral: wanneer ervaringsdeskundigheid gezien wordt als een evenwaardige
kennisbron en een volwaardige discipline.
Bedenkingen:
– Moet we het niet meer bekijken vanuit menswaardigheid?
Naar welk toilet de ervaringsdeskundige gaat zou geen issue zijn wanneer
zorgvragers en zorgverleners hetzelfde toilet deelden.
– Zorgvragers aanvaarden meer van een ervaringsdeskundige. Het risico is dat een
ervaringsdeskundige wordt ingeschakeld als slecht-nieuws-boodschapper.
5. Varia
Moderator: Mireille van Meegen, Ervaringswerker Mobiel team Kemp en Duin
Een aantal zaken staken heel duidelijk boven de anderen uit. Sommige thema’s werden door een enkeling genoemd, maar daarom niet onbelangrijk.
Als eerste de onduidelijkheid binnen het GGZ-landschap. Het verandert continue, dit werd niet enkel door ED zo ervaren, maar ook door de andere hulpverleners. De Socialekaart is een belangrijk hulpmiddel, maar is niet altijd up to date. Men voelt vaak een belemmering om zaken aan elkaar te vragen, wanneer deze benoemd worden op bijvoorbeeld een teamvergadering. De angst om een verkeerde indruk te maken speelt hier een belangrijke rol. Zowel bij ED als de overige hulpverleners.
Het tweede belangrijke onderwerp is een opleiding/vorming ED in Limburg. Men ziet graag een cursus van Uilenspiegel als een meer verdiepende opleiding zoals al bij de UCLL in Heverlee wordt aangeboden. Zodat aan ieders noden voldaan kan worden. Ook is het belangrijk dat de opleiding aan sluit bij de verschillende rollen die een ED kan opnemen binnen het werkveld. Er zou bijvoorbeeld een basisopleiding kunnen zijn en vervolgens een modulair systeem, waarbij je kiest wat past bij je mogelijkheden/wensen op bepaalde rollen op te nemen. Vanuit de familie ED kwam de opmerkingen dat voor hen de opleidingsmogelijkheden zeer beperkt zijn. Ook gaven de ED die beleidsmatig werken aan dat ze vinden dat er vanuit de opleiding te weinig opleiding voor hen wordt aangeboden.
Een ander belangrijk punt is dat het volgen van een opleiding een diploma zou moeten opleveren ipv een certificaat. En natuurlijk hangt daarmee samen de erkenning van het beroep ED door de overheid.
Ook moet er oog blijven voor de diversiteit van ED, zowel betaald, vrijwillig en aantal uren etc. Het is een belemmering dat de meeste betaalde jobs enkel vanaf een halftijdse job worden aangeboden. Waardoor er al een aantal ED niet kunnen deelnemen aan de arbeidsmarkt. Er zou meer variatie moeten zijn in het aantal uren dat iemand betaald kan werken. Zodat meer ED een passende job kunnen vinden, ook als je minder dan 50% kan/wil werken. Ook zou een duidelijk kader met een onderverdeling/classificatie met functieomschrijving zoals dat in NL al wordt gehanteerd zou in Vlaanderen helpend kunnen zijn.
Een nieuwe groep ED is de ED ELP, een groep ED die mildere problematieken uit de eerste lijn kunnen ondersteunen. Dit kan heel zinvol zijn, maar moet wel duidelijk begrensd worden.
Stigma onder hulpverleners naar ED is nog een thema dat speelt.
Authenticiteit, wat kan je als ED wel/niet zeggen zonder je authenticiteit te verliezen?
Ben je als ED met een opleiding beter ondersteund bij moeilijke situaties?
Een andere vraag die gesteld werd is: Hoe ‘meet’ je de mate van herstel? Wanneer staat iemand ver genoeg in zijn of haar herstelproces om als ED aan de slag te kunnen?
Er werd ook genoemd dat er te weinig ED werken met verslaving of ASS.
Iemand gaf ook aan dat het soms een moeilijke rol is om op een afdeling te werken. Het gevoel tussen het team en zorgvragers te zitten.
Iemand gaf ook een aandachtspunt voor de vorming van Uilenspiegel. Er daar te weinig aandacht voor het gepast delen van ervaring. Terwijl dit een belangrijk onderdeel is van ED.
Foto 1, Tafel 2 ‘Toegang tot cliëntendossier’
Foto 2, Tafel 2 ‘Toegang tot cliëntendossier’




